attoom/ augustus 1, 2018/ Blog/ 0 comments

In dit deel verruilen we de stad voor het ruige Kaukasus gebergte. Maar eerst nemen we snel een kijkje in de bruisende kuststad Batumi, gelegen aan de Zwarte Zee en dé toeristische bestemming voor liefhebbers van zon, zee, strand, moderne architectuur en eindeloos vermaak. In samenwerking met Europa, worden delen infrastructuur gemoderniseerd in het land. Een van de delen dat is vernieuwd, is de spoorlijn tussen Tbilisi en Batumi. Een zeer comfortabele en moderne trein, met Wi-Fi, brengt je in ongeveer vijf uur tijd naar de kust. Tickets zijn erg goedkoop (ongeveer 6 euro) en te boeken online of vooraf te verkrijgen op het station. Sowieso is reizen door het land erg gemakkelijk. De vervoersmiddelen zijn niet even altijd modern of comfortabel, maar het is erg makkelijk om van A naar B te komen en verschillende plekken te bezoeken in het land. De lokale bevolking maakt vooral gebruik van Mashutka’s; busjes voor ongeveer 8 tot 12 personen. Een bordje achter de ruit verteld je waar het busje heen gaat en je betaald slechts enkele euro’s en soms zelfs minder dan een euro. Dan zijn er ook nog de gedeelde taxi’s; mini vans die ook vaak bij een station opgesteld staan en je direct naar een bepaalde bestemming brengen voor ongeveer een euro op een rit van een uur. Deze gedeelde taxi’s zijn meestal comfortabeler dan de mashutka’s. Voor taxi’s in de stad en haar directe omgeving betaal je iets minder dan 2 euro per 15 minuten. Dit geldt voor de taxi en niet per persoon, in tegenstelling tot de eerder genoemde vervoersmiddelen. Dan zijn er ook nog een heleboel privé chauffeurs die je maar wat graag naar welke plaats dan ook brengen. Bij taxi’s en privé chauffeurs is het wel raadzaam om een duidelijke prijs vooraf te spreken, want hier willen ze nogal eens mee sjoemelen. Enfin, wij gaan per trein naar Batumi…

We vertrekken in de vooravond en zien een schitterend landschap aan ons voorbij glijden, omlijnd met de prachtige gloed van de ondergaande zon. Er is zoveel te zien dat je soms zou willen dat de trein even zou stoppen, zodat je in ieder geval vlug wat foto’s kunt schieten. Ook in het centrale deel van het land is veel te zien. Zo is Gori een bezienswaardigheid en ook Borjomi, meer zuidelijk, weet met haar natuurlijke schoonheid en vele minerale bronnen en baden veel toeristen te trekken. Om nog maar niet te spreken van het schitterende Rabati fort en het beroemde grotklooster van Vardzia. Helaas valt de avond en ontneemt de duisternis ons het zicht. 

Batumi is even wennen wanneer je uit het oude Tbilisi komt. Het ene na het andere luxueuze en moderne appartementen- of hotelcomplex wordt hier uit de grond gestampt en de skyline wordt getekend door een aantal bijzondere gebouwen. Het is een havenstad, maar ook een populaire strandbestemming, die met haar 18 kilometer lange boulevard en vele casino’s veel toeristen uit de regio weet te trekken. Je kunt Turkije zien liggen vanaf het einde van de boulevard en er komen dan ook veel bezoekers uit dat land. Zelf ben ik niet zo’n fan van casino’s of hypermoderne architectuur, maar de boulevard van Batumi en de prachtig aangelegde parken die hier aan grenzen maken veel goed. Je vindt er moderne cafés met uitstekende koffie (Café Gardens is een echte aanrader!), maar ook kleinere eettentjes en traditionele Georgische restaurants. In Batumi moet je de Adjaruli Khachapuri gegeten hebben, dé specialiteit van de regio. Het is een brood in de vorm van een boot, gevuld met Georgische kaas, ei en een klont boter er bovenop. Gelukkig zijn ze in verschillende maten te bestellen…

Dan  nu, het hooggebergte. In Batumi huren we met onze groep een Mashutka af die ons naar de plaats Zugdidi rijdt. Zugdidi ligt aan de voet van het gebergte op een vruchtbare vlakte. Iedereen verbouwd hier allerlei soorten fruit in zijn eigen tuin en de stad heeft een bruisende markt. De enige bezienswaardigheid in de plaats is het Dadiani paleis. Via onze gastheer die in een het piepkleine dorpje Etseri, hoog in de bergen, een Guest House heeft, regelden we een tweede Mashutka die ons via een gevaarlijke bergweg in Svaneti zal brengen. Al met al kostte de gehele reis van ca. 5 uur zo’n 15 euro per persoon.

Svaneti is het roemruchte land van de Svans, een volk met een eigen taal, eigen tradities en eeuwenoude, heidense bijgeloven. Het is een doorgewinterd volk dat vooral landbouw leeft. Het gebied is altijd moeilijk bereikbaar en haast ondoordringbaar geweest. Pas in het Soviet tijdperk werd er een verharde weg aangelegd vanuit de vallei naar de hoofdstad van de regio Mestia. Deze weg is nog steeds de enige weg die deze regio met de rest van de wereld verbind en die onderhevig is aan steenslag, modderstromen en de strenge winters die het wegdek ernstig beschadigen. Het is mede daarom een plek van adembenemende, ongerepte natuur en unieke cultuur. De regio staat vooral bekend om de karakteristiek, middeleeuwse wachttorens, die je overal tegenkomt. Ze hebben iets mysterieus en geven een goed beeld van de cultuur van dit volk. Mestia kenmerkt zich in het bijzonder door de vele wachttorens. In vroegere tijden had haast ieder huis er een. Veel van de torens werden al gebouwd in de periode tussen de 9e en 12e eeuw. Maar Mestia moderniseert snel en ontwikkeld zich tot ski oord en centrum voor alle toeristische activiteit in het gebied. Er zijn skiliften (ook buiten het seizoen een aanrader) en de plaats heeft een vliegveld. Voor weinig geld kun je nu dus vliegen naar Svaneti en bespaar je je de 6 uur durende, en soms oncomfortabele reis.

Het leven is hier een stuk langzamer dan in het laagland en het lijkt soms of de tijd hier heeft stil gestaan. Terug naar de natuur en ‘back to basics’. Het is aan te raden om in een guesthouse te verblijven in een van de prachtige dorpen, zoals wij deden in het dorp Etseri. Zo maak je echt kennis met de cultuur en de lokale keuken en daarbij vergaap je je op de prachtigste uitzichten, zelfs vanuit de achtertuin. Er zijn talloze wandelroutes uitgezet, die van plaats naar plaats leiden over prachtige bergpassen en schitterende valleien vol bloemen en snel stromende beekjes en rivieren. De hoogste berg van het gebied, de Sjchara, reikt tot een hoogte van 5068 meter. De meeste toppen zijn een stuk hoger dan de Alpen die wij kennen en daarmee geniet je, waar je dan ook kijkt, van een indrukwekkend uitzicht. De bekendste en meest opvallende top is de Oesjba, ook wel de ‘Matterhorn van de Kaukasus’ genaamd. Deze berg goed te zien vanuit Mestia, mocht hij zich niet achter wolken en nevels verschuilen, maar ook vanuit het dorp Etseri. Vanuit Etseri duurt het ongeveer 45 minuten tot een uur om in Mestia komen. 

Het bijkomend voordeel van het verblijven in een dorp en een guesthouse, zoals bijvoorbeeld het gezellige Hanmer guesthouse, is dat je allerlei dingen kunt regelen met de lokale bevolking. Zo kon onze gastheer een aantal paarden voor ons regelen. Die werden een dag van te voren uit de hoger gelegen weiden bij elkaar gebracht en twee dorpelingen leidden onze tocht. We reden ver omhoog, voorbij de boomgrens en later kwamen we tot de begroeiingsgrens. De tocht voerde over akelig smalle richeltjes en door riviertjes heen, maar het was een ervaring om net te vergeten. Toen we eindelijk de sneeuwgrens bereikten, lieten we de paarden even rusten en genoten we van het schitterende uitzicht over al die besneeuwde toppen en de duizelingwekkende diepte beneden ons. Niet alleen tochten per paard, maar ook vervoer naar verschillende plaatsen in het gebied is makkelijk te regelen via de lokale bewoners.

Een tocht naar de plaats Ushguli is ook zeker aan te raden. Ushguli is de hoogstgelegen, permanent bewoonde plaats in Europa en ligt aan de voet van de majestueuze Sjchara, de hoogste berg van Georgië. Omdat de plaats zo ontzettend afgelegen en moeilijk te bereiken is, is haar authentieke karakter bewaard gebleven. Vaak raakt het dorp in de winter volkomen onbereikbaar voor een paar maanden. Je vindt hier schitterende wachttorens, een indrukwekkend museum en mooie wandelroutes. De reis ernaartoe is op zich al een hele ervaring. Grote gedeelten van de weg zijn onverhard en worden soms doorkruist door een snelstromend riviertje. Als het weer slecht is veranderd de weg in een grote modderpoel en is het haast onmogelijk de eindbestemming te bereiken (ik spreek uit ervaring). Al met al kan de toch zo’n 3 uur lang duren, maar de uitzichten onderweg zijn prachtig en ook Ushguli is zeker de moeite waard. 

Hoewel er dus genoeg te zien is, hoef je zeker niet ver te zoeken voor adembenemende natuurlijke schoonheid of een stukje cultuur. Een wandeling door het dorp en in de directe omgeving alleen is al genoeg om al je zintuigen te prikkelen. De huizen maken plaats voor akkers en akkers voor weiden barstensvol wilde bloemen in allerlei kleuren. Langs kabbelende beekjes baan je je een weg omhoog en als je geluk hebt vind je een van de minerale bronnen, met super gezond, bruisend en natuurlijk water. In de vroege zomer vind je op grotere hoogte kleine blauwe bloemetjes, die een heerlijke geur verspreiden en waar je een lekkere thee van kunt maken… Kortom, de natuurliefhebber, maar ook de cultuurliefhebber, kunnen hier hun hart ophalen!

Er is nog zoveel meer te zien in Georgië en ik weet haast wel zeker dat ik nog terugkom. Dit kleine land heeft zo ontzettend veel te bieden en ik kan niet wachten om haar imposante grotten, wijnregio’s en bergen van Tuscheti te bewonderen. Helaas had ik er deze reis geen tijd voor, maar er moet altijd iets overblijven om voor terug te komen, zegt men…

Share this Post

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*